|
Herkomst
|
Ongecompliceerd,
opgewekt hondje, één van de zes Bichons. Deze is
afkomstig van de streek Tuléar op Madagascar. Stoerder
dan het uiterlijk van knuffelhond doet vermoeden. Ook
geliefd bij zeelieden in het Middellandse Zeegebied. Was
in staat zich na een scheepsramp aan land zelfstandig in
leven te houden. In Frankrijk al geliefd lang vóór de
erkenning van het ras in 1970. |
 |
|
Algemeen voorkomen
|
Klein, speels dier,
met vlotte beweging. |
 |
|
Schofthoogte
|
reuen 26 - 28 cm,
teven 23 - 25 cm, met een uitloop van 2 cm naar boven of
1 cm naar onderen |
 |
|
Gewicht
|
reuen 4-6 kg, teven
3,5 - 5 kg |
 |
|
Vacht
|
Unieke vachtstructuur,
die doet denken aan katoenpluis (coton): zacht en
soepel, vol en dicht ingeplant, mag iets golven. In
hoofdzaak wit. Op de oren is een lichte kleurschakering
toegestaan: zwarte of reekleurige haren tussen de witte.
Dergelijke grijze of roodgrijze schakeringen mogen ook
op het lijf voorkomen, als ze het 'wittige' totaalbeeld
maar niet verstoren. |
 |
|
Gebruik
|
Gezelschapshond
|
 |
|
Gezondheid
|
Zoals bij veel kleine
rassen kan in dit ras incidenteel Patella Luxatie
voorkomen. Ook worden zo af en toe erfelijke
oogafwijkingen gezien. |
 |
|
Aard
|
Stabiel en heel
vrolijk. Sociaal met mensen en andere honden. Past zich
makkelijk aan alle omstandigheden aan. Vlug van begrip,
maar met een zekere dosis eigenzinnigheid. Waaks en
blaft dan graag. |
 |
|
Bijzonderheden
|
Verhaart
niet. Vacht vraagt wel verzorging, vanwege de structuur. Moet
regelmatig geborsteld worden waarbij de losse haren
meekomen. Wordt niet getoiletteerd.
( uit: rashonden , kennelclub.nl) |